banner
Header

Als je graag de nieuwsbrief ontvangt, kan een kort mailtje naar Haro wonderen doen ( haro . wijnsouw @ telenet . be ).

SPRINGTIJ!

Vandaag is het springtij! Het water van de zee wordt dit keer extra omhooggestuwd. Dat komt omdat het volle maan is en tegelijkertijd de maan, aarde en zon op één lijn staan. De aantrekkingskracht van zon en maan samen doet het waterpeil nog hoger stijgen dan normaal.
Watermassa is materie. Het is een trage vorm van energie. Ook hogere trillingen waar ondermeer ons gevoelsleven deel van uitmaakt reageren op springtij. Dat voel je in de natuur, dat voel je bij jezelf. Op energetisch en sensitief vlak is er heel wat beweging gaande op zo'n moment. Het is een beweging die van onderuit komt. Uit de diepere lagen van de natuur, uit de diepere lagen van jezelf.
Tijdens springtij komen de stuwende krachten nog sterker naar voor dan anders. Deze zogenaamde drakenkrachten (daar zijn ze weer) stimuleren vanuit de diepere lagen het aardse leven. Ze zijn op dit moment vooral heel mannelijk, vurig en sexueel geladen.
Van tijd tot tijd komt deze kracht duidelijker aan de oppervlakte. Af en toe dient het leven een zetje te krijgen.

Elke vorm van energie die stroomt zoekt een verbinding. Deze mannelijke aardse kracht doet dit ook. Daarom komt er vanuit de zon en de maan eveneens een impuls.
De volle maan reflecteert niet alleen de aardse ziel maar ook, door haar ronde en volle vorm, het vrouwelijke principe uit de kosmos. Het is dus het vrouwelijke en passionele deel van de zon die tijdens springtij krachtig op aarde binnenkomt. En zich uiteraard verbindt met het aardse mannelijke. Met het passionele, zowel van de aarde zelf als van haar bewoners.

Veel mensen hebben het moeilijk bij volle maan. Zeker bij springtij.
Bomen gaan al deze krachten feilloos aanwenden. Ze weten precies wat ze er mee moeten doen. Ze stimuleren er bepaalde functies in zichzelf mee en de overtollige energie delen ze mooi uit aan de omgeving.
Wij hebben tijdens springtij slapeloze nachten, voelen ons opgejaagd en tegelijkertijd uitgeput. Passies kunnen hoog oplaaien op zo'n moment. Vraag het maar aan de weerwolven.
En dat is ook de bedoeling. Af en toe wordt de vurige passie in onszelf en in de rest van de natuur flink aangewakkerd. Het onderdrukken of negeren van zulke gevoelens kan heel belastend zijn. Vooral voor je hart.

Haro Wijnsouw, 12 januari 2017

 


VISSEN

Het leuke aan reizen is dat je mensen ontmoet en plaatsen bezoekt die je kunnen verrassen en je zelfs kunnen raken. Als je jezelf laat leiden door je intuïtie en door de omstandigheden wordt je blikveld zo een stuk ruimer.
Ook thuis, in je vrije tijd of door je werk duiken er soms mensen in je leven op waarmee het meteen klikt en waarmee je vrij vlot een relatie aangaat. Net zoals er landschappen zijn waarvan je nooit had gedacht dat je er ooit terecht zou komen maar waar je om een of andere reden nu regelmatig vertoeft. Zo kan een familielid in een mooie uithoek van het land gaan wonen of een nieuwe werksituatie je in een stad en in een wijk brengen die je voorheen volslagen onbekend was  maar die je meteen aanspreekt door de levenskracht en beweging die er heerst.
Mensen komen en gaan in je leven net als  bomen of huizen tijdelijk op je pad komen. Ze kunnen je, als je er voor open staat, rijker maken. Ze brengen je tot nieuwe inzichten, sturen je in een bepaalde richting of laten je tot jezelf komen. Om daarna weer uit je leven te verdwijnen of althans minder duidelijk op de voorgrond te treden.

Van andere mensen, van andere landschappen, weet je al lang op voorhand dat je er op een of andere manier ooit een intens contact mee zult hebben. Je weet dat je ooit met die man of vrouw in de toekomst gaat samenwerken of er goede vrienden mee gaat worden en dat je op die bepaalde plek iets gaat doen dat waardevol zal blijken te zijn. Zo kan je jarenlang uitkijken naar een reis naar een gebied dat je misschien al van kinds af aan aanspreekt of je kan lange tijd een krachtige plek in het oog hebben in het landschap waar je gevoel van zegt dat ze bepalend is voor je leven. Iedereen heeft zo wel een paar plaatsen, mensen, dieren, bomen waarvan we zeggen: daar heb ik iets mee!

Deze relaties hebben vaak tijd nodig om zich te ontwikkelen. De toenadering kan soms jaren in beslag nemen. De beide partijen hebben de behoefte om elkaar eerst voorzichtig af te tasten.
Van mens tot mens is dit normaal. Het goede gevoel die je al zolang hebt bij die ene persoon bloeit dan ineens open in een volwaardige relatie. Van mens tot boom, tot huis of tot landschap lijkt dit minder vanzelfsprekend te zijn. Toch werkt het op vrijwel dezelfde manier.

  Het bewustzijn van het bos heeft je al lang opgemerkt en is begonnen je aandacht te trekken. Telkens je er langskomt is er erkenning en toenadering.

Het aftasten van elkaar gebeurt dan niet overhaast..
Het heeft tijd nodig zeggen ze dan.
Misschien is het de bedoeling dat er eerst een tussenstap wordt gezet in de toenadering. Een gebeurtenis die een nieuwe mogelijkheid toelaat. Het zijn vaak deuren die een voor een dienen geopend te worden.

Vaak  begint de relatie volkomen onbewust. Jij, de man, de vrouw, de plek hebben nog niet meteen door dat er al een eerste kleine vonk is geweest. Toch is er al een vage verbinding en is er groei bij elk contact. Tot op het moment dat het je duidelijk wordt dat deze relatie anders is dan andere.

 Dat ze diepgaand zal zijn...

Dit aftasten, deze voorzichtige toenadering voorspelt een verregaande openheid naar elkaar toe. Elk kan zich pas ten volle laten zien als er voldoende vertrouwen is.
Je blootgeven, het innerlijke laten spreken.
De wereld van de boom, van de berg, van de zee én van de mens zal zich maar ten volle laten zien in de mate dat jij je ten volle laat zien.
Met zowel je lichte als je donkere kanten.

De St-Romboutskathedraal in Mechelen is zo'n plek die me al lange tijd aantrekt. In de loop der jaren wordt het gevoel errond steeds maar groter en groter. In die mate dat ik al lang voor ik er geweest ben kan spreken van een relatie. Een verbinding die evenwel niet uitgesproken is. Ze blijft eerder sensitief.
Ik weet natuurlijk dat de St- Rombouts een vroeggotische kathedraal is en veronderstel dat er daarvoor een oudere kerk stond die zoals gewoonlijk een voorchristelijke rituele plek heeft vervangen. Mechelen is ook de aartsbisschoppelijke stad dus situeert een stuk van de kerkelijke macht zich in de kathedraal. Dat heb ik ergens gelezen of gehoord. Maar niet doorleeft.
Wat mij het meest interesseert is wat er hier voor de mens aanwezig was. Het is iets dat mij een enorm krachtig en vooral volkomen gevoel geeft.
En ik weet, ik voel, dat dit bewustzijn bereid is om tot mij te spreken. Om zich te laten zien.
Op zo'n moment kan de relatie veranderen  van een aftasten naar een dieper contact.
Tussen mensen kan er door omstandigheden iets veranderen. Iets heel concreet, bijvoorbeeld door een nauwere samenwerking met een collega. Of je dient zelf die laatste stap te zetten om zo het overgebleven restje weerstand te doorstaan. Eindelijk, na al die tijd neem je de telefoon en bel je haar!
Een landschap kan evenveel tijd nodig hebben om je toe te laten. Tot je er beide  klaar voor bent. Dan komt er een moment dat je de mogelijkheid krijgt om er heen te gaan. Je wordt uitgenodigd, je werk leidt je erheen, je hebt eindelijk geld om die reis te maken...

Relaties in de natuur verschillen echter niet zoveel van menselijke relaties. Wij mensen zijn natuur. We zijn onderhevig en gevormd door dezelfde krachten en trachten ons allemaal te verhouden tot elkaar.
Bij de mens gaat dit vaak gecompliceerder te werk dan bij andere organismen maar het doel blijft hetzelfde: zich te verbinden om iets tot stand te brengen dat meer is dan alleen de som van de delen.

Ik las onlangs een mooie vergelijking tussen intuïtie en vissen. Je kunt jezelf als een visser zien die met zijn vislijn onder het wateroppervlak vist naar ingevingen, beelden en gevoelens. Intuïtief hengelen in het sensitieve meer.
Maar je kunt het ook  omdraaien. Aan de andere kant van de lijn zit er eveneens iets of iemand te vissen. Naar jouw intenties, verwachtingen, vooroordelen en mogelijkheden.
Het besef dat wij vissen en tegelijkertijd gevist worden, opent een enorme grote deur. Zich bewust zijn van de voortdurende wisselwerking en uitwisseling in de natuur brengt ons een heel stuk dichterbij en geeft ons een mogelijkheid om een diepgaande relatie aan te gaan. Niet alleen met mensen, dieren of die ene boom in het park maar met elk organisme dat zich bij ons aandient.
De een heeft iets met de zee, de andere met bloemen of met een bepaald landschap. Vaak was deze aantrekking al in je kindertijd sterk aanwezig en is ze in de loop der jaren gestaag gegroeid. Of je komt die ene boomsoort, dat bos of die bergen op een dag weer tegen. Als een oude vriend die je al die tijd in je hart hebt meegedragen.

En kijk, het schrijven opent nog meer deuren naar de plek in Mechelen. Er komt een rust over mij en een besef van heelheid.
Het is alsof ik een kaartje in de bus krijgt met daarop:

 "Je bent vriendelijk uitgenodigd. Tot gauw!"

Haro Wijnsouw, 21 september 2016

 


ATLAS

Met een verrassende kracht stroomt het water uit de holte tussen de rotsen. Het kolkt en klotst over en langs de stenen en maakt van die vreemde onderwatergeluiden die zowel helder als dof klinken.
Het water heeft zich bevrijd van de immense druk die het binnenin de berg ervoer, maar de ruimte die het hier vindt is bijna onmetelijk en misschien daarom dat het zijn weg zoekt dicht tegen de rotsen en de rode aarde.

Toch gaat de beweging niet alleen van binnen naar buiten. Het zachte en zuivere gevoel dat rond de bron heerst begeleidt en bevrijdt het water van het donkere en in eenzelfde vloeiende beweging dringt ze terug diep de berg binnen. Zo wordt de klaarte van het daglicht naar het duistere en onwrikbare van de steenmassa gebracht. Deze wederzijdse bevruchting waar licht en donker elkaar steeds opnieuw vinden wordt mogelijk gemaakt door het eenvoudigste medium dat er is: het immer heldere en zuivere bronwater.

Onze gids vertelde dat deze bron nooit stopt met stromen. Zelfs in de droogste zomers die er in het Atlasgebergte kunnen heersen blijft het water komen. Soms is het een sijpelen waarbij het water ternauwernood het dal vindt maar meestal stroomt het onstuimig en krachtig en zindert de plek van vitaliteit. In een intense en serene sfeer waarbij het lome lijf zachtjes aangezet wordt tot bewegen.

Een dansje met het bronwezen is hier op zijn plaats.

Hoe helder kan iets zijn? Het water, de steen, het licht, de gevoelens, de gedachten.
Hoe kom je tot het zuivere inzicht, tot op het punt waarop je niet meer hoeft te twijfelen?
Hoe komt het landschap tot zo'n klaarheid waarbij elk afzonderlijk deeltje zich zo duidelijk toont waardoor alles rondom je één lijkt te zijn? Het dal waar het jonge groen haast van de bomen opspringt, de huizen die gebouwd en versmolten zijn met de rotsen, de rotsen die in hun eindeloze kleurschakeringen een mozaïek vormen en de bergtoppen met hun eeuwige, roerloze sneeuw.

Berglucht is ijler en minder diffuus. Dit is de fysische uitleg. De bergen brengen je dichter bij de hemel. Dit is de spirituele.

Helderheid verkrijg je niet door een hele grote toevoer van licht. Dan word je gewoon verblind. Helderheid heeft het lichte én het donkere nodig. Het evenwicht tussen de twee zorgt voor de toestand van helderheid.

Het pure, heldere water van de bron wordt geboren uit het donkere in het licht.

Ik zit tegen een rots en kijk naar de berg tegenover me. Over de kam ligt er over de hele lengte een streep sneeuw die aan de noordflank een wit tapijt vermoedt. Vreemd vloeiend gevormde rotspartijen brengen beweging in de bergwand. Daarover heeft een machtige berggodin verweerde levensbomen en jeneverbessen uitgestrooid. Dit alles tegen de felblauwe achtergrond van de berglucht. Het is zo overweldigend en nadrukkelijk aanwezig dat het me diep ontroert.

Even één

Het Atlasgebergte strekt zich uit van Algerije tot in Marokko. Hier, in de Hoge Atlas, bevinden zich de hoogste toppen. Ten zuiden ligt de Anti-Atlas waar de verschroeiende Saharazon het landschap hard en droog maakt. Aan de noordkant ligt de Lage Atlas dat eerder onder invloed staat van een mediterraan klimaat en dat veel vochtiger en vruchtbaarder is.

De twee flankerende bergketens die in de Hoge Atlas voor een evenwicht zorgen tussen licht en donker en nat en droog.

Het Atlasgebergte is gevormd door de botsing tussen twee de continenten Afrika en Europa. Tussen het donkere en het lichte continent. De druk die het teweeg bracht zorgde voor een omhoog stuwen van de landmassa waarbij er bergen van vier kilometer hoog werden gevormd. De Alpen en Pyreneeën ontstonden op dezelfde manier met dit verschil dat ten zuiden van de Atlas, dichter bij de evenaar, het licht veel sterker is dan op het Europese continent.

En net als het water uit de bron dat uit de duisternis ontsnapt en zich in de armen van het zonlicht werpt, zo heeft deze immense kracht die tijdens de continentale botsing ontstond zich uit de aarde losgemaakt om het hemelse licht aan te raken. Deze twee tegenpolen, het onderaardse geweldige duister en het overweldigende Afrikaanse licht houden elkaar hier perfect in evenwicht.

De Hoge Atlas heeft een helderheid en zuiverheid in zich die je in weinig landschappen tegenkomt.

Door dit evenwicht vormt deze bergketen een scharnier tussen Afrika en Europa.

We dalen af in de kloof langs een smalle trap, uitgehouwen in de rotsen. Honderd meter dieper klauteren we over stenen om de overkant te bereiken van een snelstromend riviertje. We kijken omhoog en onze monden vallen open. Een immens gewelf, wel honderd meter hoog, overspant het smalle dal. Een brug van rotsen waar we tevoren achteloos met de auto waren overgereden maar die van hier af bekeken adembenemend blijkt te zijn. Sprookjesachtige gewelven, druipstenen en kronkelende nissen en een werveling van alpengierzwaluwen, alpenkraaien, rotsduiven en kleine torenvalken.
Deze verbinding tussen twee oevers, hoog boven ons hoofden, is overweldigend maar ademt tegelijkertijd iets heel sereen uit. Hier heerst dezelfde zuiverheid die in heel de Hoge Atlas aanwezig is maar hier wordt ze heel concreet uitgebeeld. Een brug tussen twee uitersten. een verbinding in een heldere, zuivere sfeer.
Ik zie een grootse vrouwelijke aanwezigheid die met uitgestrekte armen boven haar hoofd haar handen openvouwt. In een perfect evenwicht.

Vanuit de onvoorwaardelijkheid van haar zuiver hart, vanuit het hart van de aarde, zorgt ze dat twee één kunnen zijn.

De dwergarend liet zich al vanaf de eerste dag zien maar dan hoog in de lucht, amper herkenbaar. Het duurt tot de laatste dag voor hij zich in al zijn klaarheid laat zien. De onderzijde van zijn vleugels tonen een mooi contrast tussen de donkere en lichtere veren.
De vogel, perfect in evenwicht, glijdt verder over de bergen. Een schelle schreeuw en hij is verdwenen.

Haro Wijnsouw, 13 mei 2016

 


HET AARDSE LICHT

Op deze vroege novemberochtend dringt het vale zonlicht nauwelijks door tot de onderste lagen van het dennenbos. Het is te zwak om de kille dauw die over de varens ligt te verdampen. Ik waad door de plantenzee en al gauw zijn mijn broekspijpen kletsnat. Met mijn armen wijd en mijn vingers gespreid geniet ik van de milde aanraking van de bladeren. Een aardse geur neemt me mee naar beneden en laat me bij elke stap dieper in de bosbodem zinken. Alsof de planten me de weg wijzen.
Varens verbergen zich in de donkere delen van het bos. Ze camoufleren en fragmenteren zich in een oneindig aantal blaadjes en deelblaadjes en maken zichzelf op die manier ongrijpbaar en op het eerste gezicht ontoegankelijk. Hun aantrekkingskracht wordt zo echter des te groter. Als je ze nader bekijkt zijn het parels die een mysterieus licht lijken uit te schijnen.
De zon staat nu iets hoger en raakt voorzichtig de varens aan. Het  licht speelt over de bladeren en valt uiteen in verwarrende schakeringen van lichtvlekjes en schaduwen.

Een bioloog zal je vertellen dat deze ver doorgedreven fragmentatie van de meeste varenbladeren bedoeld is om zoveel mogelijk kostbaar zonlicht op nemen zodat de lichtgevoelige cellen (de voorloper van het oog!) de zonne-energie kunnen aanwenden om de broodnodige suikers aan te maken. Hij zal er ook nog bij vermelden dat varens op die manier in staat zijn om op  schaduwrijke plekken te groeien waardoor ze hun eigen niche in de biotoop hebben ingenomen.
Allemaal waar. Maar het zonlicht is niet de enige energiebron waarop levende wezens zijn gericht. Het leven maakt voor zijn ontwikkeling ook gebruik van levensenergie. Een ongrijpbare en meestal onzichtbare energievorm die het hele spectrum in zich heeft. Van de grovere en tragere tot de meest fijne en lichte trillingen.
Een organisme maakt gebruik van uitsteeksels om deze krachten op te nemen en uit te zenden. Zo fungeren bergtoppen, bomen en takken, vingers en tenen als antennes. Telkens afgestemd op de nodige energie en informatie.

De fragmentatie van het varenblad is ver doorgedreven. De schaduwrijke omstandigheden in bossen en onder rotsen hebben het zo gevormd. Maar meteen hebben varens daarmee een uitermate fijn antennestelsel ontwikkeld. Tel maar eens al die uitsteeksels samen op één plant. Beeld je in welke hoge trillingen varens daarmee kunnen opnemen. De meest lichte.

Ik voel hoe de planten me aarden. Ik merk dat ik niet alleen lijk weg te zinken in de bosbodem maar dat ook de aarde zich tot mij richt. Een oude bekende. Iemand die je vertrouwd is maar waarmee je de relatie al veel te lang hebt verwaarloosd. De varens brengen iets in me naar boven uit de diepte van de aarde. Iets wat me aan helpt te herinneren aan wat ik al lang geleden was vergeten.
Wat was het ook alweer?

Ik hurk bij een van de planten en neem haar bewustzijn in me op. Ik word zachtjes meegenomen in een opperste concentratie en ervaar dezelfde afzijdigheid die zij hebben naar de rest van de omgeving. Een focus alleen op wat beneden is. Op de aarde. Op het meest fijnzinnige en subtiele van wat de aarde is.
De ontelbare blaadjes en de precieze gerichtheid vatten de lichtste energie die de aarde in zich heeft.
Het aardse licht.

De grootste polariteit waar het leven op deze planeet aan onderhevig is, is deze tussen hemel en aarde. Tussen de planeet en de rest van het heelal. Uit deze wederzijdse energiestroom haalt elk organisme de nodige energie. Zowel het fijne als het grovere deel ervan.
Het grote probleem van ons mensen is dat we denken dat die fijne en lichte energie alleen van boven komt. We zijn zo op het visuele gericht dat we de zon en sterren als enige lichtbron zien en verbinden onze godsbeelden daarom vanzelf aan deze bronnen. We zijn dan ook verticaal gerichte wezens die sterk op het hogere zijn afgestemd wat zich duidelijk in onze religieuze beleving en in ons economisch handelen weerspiegelt. Het hemelse licht en de sky als de limit.

Varens laten ons de andere kant zien. Zij beseffen dat het licht evengoed uit de aarde kan komen. Niet meteen als iets zichtbaar maar wel als uitermate voelbaar.
Om in het overweldigende licht van de zon die ervaring te kunnen opdoen hebben zij zich teruggetrokken in de schaduwen van bomen en rotsen. Hun bladeren werden op die manier uitermate verfijnde antennes waardoor ze zich in opperste concentratie konden wijden aan hun eigenlijke taak: het opnemen van het diepe aardse licht.
Geen visueel licht maar een etherisch en spiritueel licht.
Daarmee raken varens de spirituele kant van de aarde aan. Een spiritualiteit die dus niet alleen in het hemelse aanwezig is.

Op mijn tocht door het bos kom ik verschillende varensoorten tegen. Het lage, sierlijke dubbelloof met zijn talloze vingertjes. De zacht, breed uitwaaierende snel vibrerende wijfjesvaren. De fors uitgroeiende koningsvaren met ontvankelijke en voor een varen vrij grove bladeren.

Elke soort legt zijn eigen accent maar telkens zijn ze vrijwel uitsluitend gericht op dat aardse licht.
Ze nemen het op en zenden het ook weer uit. Toch voegen de varens er iets aan toe: de ervaring van hun omgeving.
Deze informatie die zij aan het aardse licht toevoegen is nodig om het spirituele aspect van de aarde te verruimen.
Dat is het doel van de ervaring.

In de donkere delen van het bos, in deze periode van het jaar waarin het zonlicht schaars is, in dit tijdperk waarin de mensheid op de tast zijn weg zoekt, is er licht nodig van een heel ander niveau dan we gewend zijn. Een licht dat de balans tussen het hemelse en het aardse in evenwicht kan brengen.
De aarde, die oude vertrouwde bekende, zendt haar licht geduldig uit doorheen de duisternis die haar omringt. Onvoorwaardelijk.

De varen waardeert het contact dat ik met haar zocht. Ze is blij met de ervaring en geeft me een boodschap mee:
"Wees een varen. Aanvaard het donkere, richt je antennes en ontvang. Zend daarna weer uit. Wees een parel die het meest subtiele licht weerkaatst."

Haro Wijnsouw, 23 november 2015

 


DE RODE MAAN EN DE BLAUWE BRON

In al die jaren van intuïtief contact met de natuur zijn het de bomen die me het meest hebben geleerd. Vooral in de relatie tussen wat boven ons is, het heelal, en datgene wat onder ons is, de aarde, laten ze ons onmiskenbaar en duidelijk zien hoe het moet. Met hun kruinen als een zendmast en hun wortelgestel als naar beneden gerichte antennes zijn zij de meesters in het opnemen en doorsturen van hemelse en aardse krachten. Dat maakt dat bomen uiterst belangrijk zijn in de energetische wisselwerking tussen boven en beneden.
Vooral met de maan hebben zij een bijzondere band. En zeker met de volle maan.
Je kunt boomsoorten onderverdelen in twee helften. De bomen die vooral hemelse energie opnemen zoals eiken, berken en dennen en bomen die zich meer richten op stijgende aardse energie zoals beuken, elzen en sparren. Je zou kunnen zeggen dat de eerste groep  eerder mannelijker is en de tweede groep vrouwelijker.
Maar wat gebeurt er bij volle maan? Normaal gaan de vrouwelijke bomen hun dominante stroomrichting omdraaien. Ze halen hun meeste energie dan van boven en nemen daarbij de vrouwelijke energie uit de kosmos, weerspiegeld door de ronde volle maan, mee naar beneden. Naar de aarde.
De mannelijke bomen doen het omgekeerde maar dan in mindere mate. Ze ontvangen het mannelijke aspect uit de aarde om het naar de omgeving en verder het heelal in te laten stromen.

De avond van de maansverduistering was bijzonder. De energie was intens en uiterst krachtig. Naarmate de avond vorderde werd dit nog duidelijker. Wat ik me dan al vlug afvraag in zo'n situatie is: wat gebeurt er met de bomen? Hoe reageren zij als levende antennes op dit alles?
Onze avondwandeling bracht ons voorbij een rij eiken. Typisch mannelijke bomen (de eik is de koning van het bos) die naar ik aanvoelde  bijna op springen stonden. Zo krachtig was hun energie. En zo sterk hun energiestroom. Neerwaarts.
Het was volle maan en toch was hun energiestroom niet omgedraaid. De omkering waardoor ze maandelijks een ander aspect van hun eigenheid konden ervaren had niet plaatsgevonden. In tegendeel, de opgenomen energie die van bovenaf binnenstroomde was nog krachtiger dan normaal. Veel krachtiger. En, uiterst mannelijk. Het voelde alsof de lucht vol testosteron zat.
Het was te heftig!

Een paar dagen eerder was ik deze tegenstelling tussen het mannelijke en het vrouwelijke al eens tegengekomen. Een workshop rond krachtplaatsen bracht ons naar het Vlaamse bronnendorp Dikkelvenne. Aan één van de bronnen is er een kapel gebouwd, op de plek van de voormalige kerk, waar er latent een extreem vurige mannelijke kracht aanwezig is. Met een invloed op groot landschappelijk niveau. De werking was op dat moment niet ideaal. Het had iets nodig.

Vrouwelijkheid

Deze moest normaal uit de nabije bron komen en uit de tientallen bronnen in de omgeving om zo tot een verbinding en tot het nodige evenwicht te komen. Onze intentie was om de verbinding te maken maar het evenwicht zoeken was niet gemakkelijk. Af en toe wankelden we.
Het had tijd nodig. En een intens stil moment, in het hart van de natuur.
Terwijl er een doopplechtigheid plaatsvond in de kapel bracht deze verbinding in stilte de twee uitersten samen. In evenwicht.
Het gedoopte kind maakte ons duidelijk wat de plek nodig had: een herbronning, een spirituele herinnering.

Het mannelijke en vrouwelijke en het goddelijke kind.

De maansverduistering zou om drie uur die nacht beginnen. Een rode maansverduistering had de buurman gezegd. Om half drie zat ik onder een prachtige sterrenhemel in de tuin bij de berk. ik voelde opnieuw die hevige instroom van uiterst mannelijke energie. Nog meer dan de avond tevoren.
Ongeveer om drie uur begon het eerste stukje van de maan te vervagen. Linksboven.
Meteen, bijna van het ene moment op het andere, viel elke beweging stil. De neergaande energiestroom van de berk was verdwenen. Zijn hartchakra stond uiterst laag. Bij de andere bomen, in heel de natuur was er hetzelfde aan de hand.
Stilstand. Stilte.
Maar het was geen rust. Het was een gespannen stilte. Een zoeken.

Naar evenwicht.

En heel voorzichtig, heel subtiel kwam er beweging in. Van het ene naar het andere. Van het mannelijke naar het vrouwelijke.
En het evenwicht werd gevonden.
De rode maan stond als een druppel bloed aan het firmament. Het bloed, symbool voor levenskracht.

Van het mooiste dat ik ooit in mijn leven zag.

Een boodschap voor onze verharde maatschappij: er is evenwicht nodig tussen beide polen. Tussen hard en zacht.
Vanaf dat moment bleef de volle maanenergie heel krachtig, maar nu verzacht door het vrouwelijke.
Of eerder, verzacht door de verbinding tussen beide.
In het kind, in de verbinding met de bron.

Twee dagen later, op de feestdag van St-Michaël, de engel Michaël, werd het me nog eens duidelijk hoe die mannelijke en vrouwelijke kracht moet worden gedragen: in het licht.

 

Uit de blauwe bron
over de rode maan
vindt het water het vuur
is het zoeken gedaan

vinden hard en zacht
een moment van evenwicht
tussen zalvend en verterend
wakkert heel even het licht

 

Haro Wijnsouw, 6 oktober 2015

 


ZEELAND

Het Zeeuwse landschap is een van de meest beheerste landschappen die ik ken. Het op de zee veroverde land wordt bewaakt door metershoge en kilometerslange dijken en de toegang tot het open water is door indrukwekkende dammen afgesloten. De onstuimige en onbetrouwbare kracht van de zee die duizenden jaren het landschap heeft gevormd en vervormd is buitengesloten. Alleen de wind, de wolken en de regenbuien hebben hier nog vrij spel.
De oude vissershaventjes die tot jachthavens zijn verworden en de eindeloze kostbare landbouwgronden zijn nu gevrijwaard van de voortdurende overstromingen die het land sinds mensenheugenis hebben geteisterd. De laatste grote ramp in 1953 waarbij bijna tweeduizend mensen zijn verdronken was de aanzet tot de deltawerken waarbij water en land rigoureus werden gescheiden.

Zeeland werd Landland

Je merkt als je door Zeeland reist, je aan een ingedijkt meer verblijft of op één van de afsluitdammen staat hoe de energie zich vast heeft gezet. Hoe de eens zo sterke energetische wisselwerking tussen zee en land zo goed als verdwenen is en de sfeer over heel de provincie stug en uiterst onverzettelijk aanvoelt.

Wildheid is geweken voor bedaardheid, beweging voor ogenschijnlijke rust

Ooit was het gebied één grote delta waar de Rijn (via de lek en de Waal), de Maas en de Schelde samen in een wirwar van steeds veranderende waterwegen en eilandjes de Noordzee voedde. De Schelde mondde eerst noordwaarts uit, dan door de Oosterschelde en vandaag de dag alleen nog via de Westerschelde.
Het water boetseerde het land en de landbouwers ondergingen gedwee de macht van de zee. Dit uiterst onstabiele landschap zorgde voor de verbinding  tussen aarde en water.
Het verbond het landschap van dat deel van Europa met de zee.

Het verzoende de beide elementaire krachten

De grote rivieren speelden lange tijd de rol als overbrugging tussen het ene en het andere. Ze namen stagnerende energie van het vasteland mee naar de zee en vloeiende energie mee landinwaarts. De flexibele eigenheid van de delta maakte dat deze uitwisseling heel vanzelfsprekend was.

In Zeeuws Vlaanderen, aan de Westerschelde vlak voor de grens met België, ligt het Verdronken Land van Saeftinghe.
Dit buitendijkse overstromingsgebied van de rivier is een voorbeeld van hoe Zeeland er lange tijd moet hebben uitgezien. Het water dat bij elke vloed en zeker bij springtij diep het land binnendrong en daarbij brede geulen en overstroomde schorren achterliet.
Dit modderige landschap zuigt.

Tjolk klojk tsajts. Hoe geef je het geluid weer van de zuigende modder als je door het gebied probeert te lopen?

Het landschap zuigt jouw energie en het zuigt de energie die de rivier meevoert naar beneden en filtert door de poreuze bodem alle zwaarte weg. Voor het rivierwater de zee bereikt, wordt het hier gezuiverd van zijn ballast.

De geul is hier 20 meter breed en een groot zuigend natuurwezen helpt de energie naar beneden trekken. Een glijdend neerwaarts pompend iets dat met de mens die zijn modderig rijk betreedt weinig uitstaans heeft.

Wat terug wordt gegeven aan het landschap is een uiterst fijn parelend licht.
De verwerking van dit licht wordt mede verzorgd en perfect vormgegeven door het zeekraal. Dit plantje is een van de eerste die de aangespoelde modder begroeit en zo een van de eerste die de verlichte energie verwerkt. De als kralen opgebouwde stengels stralen de opwaartse stroom uit naar de omringende omgeving.

Zuiver als de zeewind, verlangend om te verhelderen.

Dit stukje Zeeland met zijn zeekraal, modderwezens en diepe landinwaartse verbindingen is een filter voor het landschap. Een ecologisch - energetische functie die lange tijd in heel de delta aanwezig was.

Zeeland als filter voor de grote rivieren én als verbinding tussen de elementen land en water.

De dijken en dammen hebben dit land nu in hun greep. De wisselwerking en de zuiverende functie is momenteel zo goed als onbestaande.
Pogingen om de natuur weer zijn gang te laten gaan zijn al even planmatig opgevat als de rest van het landschap. Het ongenoegen van de plaatselijke bevolking om het land aan de zee terug te geven raakt de mensen diep. Het beroert hun grote angst voor de wildheid van het water.

We staan voor het monument in Colijnsplaat dat herdenkt hoe in die stormnacht in 1953 het verzwelgende water ternauwernood kon worden tegengehouden. Hoe met mankracht de dijk en de zee in bedwang werden gehouden. Heel ontroerend.
Houen zo! heet de gedenksteen.

Deze tragiek duidt aan hoe de Zeelanders duizenden jaren gevochten hebben tegen de zee. Ze hadden haar nodig en toch konden ze haar krachten met moeite aan.
Tot uiteindelijk de afscheiding zo uitgesproken werd dat de relatie tussen mens en zee definitief is veranderd. Zeeland is nu één groot recreatiepark. Vissers zijn er nog amper en de boeren liggen ondertussen aan de Europese subsidiekraan.
Wat is de relatie van de mens nu met deze getemde natuur? Wat met de zuiverende functie van het gebied?

Waar ligt de tragiek nu?

De zeewind heeft vrij spel in mijn haren. Het water klotst tegen mijn benen en ik open mijn armen. Of nee, het is de zee die me omarmt. De zee die geduldig is met de mens.
De zee die verlangt naar het land.

Haro Wijnsouw, 8 september 2015

Footer
Home Home